Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6175.
8. Als laatste argument noem ik nog dat de wet géén beperkingen stelt aan het moment waarop een cassatiemiddel kan worden ingetrokken terwijl de gevolgen daarvan vergelijkbaar kunnen zijn met het intrekken van het cassatieberoep. Indien na het intrekken van een middel geen middel resteert, is niet voldaan aan het vereiste om een schriftuur houdende een middel van cassatie in te dienen zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard (HR 30 oktober 2001, NJ 2002, 110). Dan wordt weliswaar een uitspraak verkregen, maar de zaak is niet inhoudelijk beoordeeld, zoals ook geval is als de zaak van de rol wordt gevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f23edda289d98a8bdd164398436c645c5fb288b2cd942cb2738250ca5feed6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f23edda289d98a8bdd164398436c645c5fb288b2cd942cb2738250ca5feed6f, en de alinea staat in dat document op bytes 10213 tot 10857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3f23edda289d98a8bdd164398436c645c5fb288b2cd942cb2738250ca5feed6f | shasum -a 256