Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6175.

3. Het is de vraag of intrekking van het beroep in deze fase van de procedure nog mogelijk is gelet op het bepaalde in art. 453 lid 1 Sv. Uit twee beslissingen van de Hoge Raad zou kunnen worden opgemaakt dat dit niet het geval is. HR 15 december 1998, NJ 1999, 208 is de eerste die ik wil noemen. In die zaak klaagde het middel van cassatie dat het arrest van het hof niet de volledige inhoud van de bewijsmiddelen bevatte. Nadat de advocaat-generaal bij de voorbereiding van de conclusie navraag had gedaan bij het hof werd een volledig afschrift van het arrest toegezonden. Daarop werd het cassatieberoep ingetrokken. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet (meer) mogelijk was, omdat de zaak ter terechtzitting van de Hoge Raad was behandeld en intrekking ingevolge het eerste lid van art. 453 Sv slechts kan tot de aanvang van de behandeling van het beroep. De tweede zaak, die ik hier vermeld, is HR 9 februari 1999, nr. 111.036/U. In die zaak, ook een uitleveringszaak, werd het beroep na de eerste terechtzitting van de Hoge Raad en vóór de terechtzitting waarop de advocaat-generaal zijn conclusie nam, ingetrokken. Ook hier overwoog de Hoge Raad onder verwijzing naar het eerste lid van art. 453 Sv dat dit niet mogelijk was. In beide zaken werd het cassatieberoep door de Hoge Raad behandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f23edda289d98a8bdd164398436c645c5fb288b2cd942cb2738250ca5feed6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f23edda289d98a8bdd164398436c645c5fb288b2cd942cb2738250ca5feed6f, en de alinea staat in dat document op bytes 4828 tot 6142.