Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6863.
Ofschoon cliënt geen direct motief kan aangeven voor een dergelijk handelen van [betrokkene 1] of een van haar medewerkers, kan het natuurlijk ook zijn dat de werkelijke dader een dergelijk spoor opzettelijk heeft achtergelaten, om de opsporingsambtenaren op een dwaalspoor te zetten. Anders dan dit bewijs op het eerste gezicht doet vermoeden, kan dit bewijs nimmer het enige bewijs zijn waarop cliënt zou kunnen worden veroordeeld. Er is immers slechts vastgesteld dat ter plekke, en dan ook nog eens door derden, DNA materiaal aangetroffen is dat in hoogste mate van waarschijnlijkheid afkomstig is van cliënt. Op zich is deze vaststelling dan niet meer dan een aanwijzing."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521, en de alinea staat in dat document op bytes 6382 tot 7075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521 | shasum -a 256