Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6863.

18. Door het bezigen van bewijsmiddel 9 heeft het Hof de geringheid van de kans in aanmerking genomen dat een willekeurig ander individu dan de verdachte eveneens hetzelfde DNA-profiel heeft als het onderzochte bloed op de glasscherf. Het Hof heeft echter geen blijk gegeven de vraag onder ogen te hebben gezien of het bloed op de glasscherf wellicht afkomstig kan zijn van een niet willekeurig individu, met name een broer of ander nabij familielid van de verdachte. Aldus heeft het Hof de mogelijkheid opengelaten dat het feit is gepleegd door een nabij familielid van de verdachte. De bewezenverklaring is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521, en de alinea staat in dat document op bytes 15337 tot 16013.