Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6863.

19. Niet kan gezegd worden dat (vgl. de aangehaalde overweging van het Hof) het op de weg van de verdediging ligt, gemotiveerd te stellen dat in het concrete geval voor de rechter aanleiding bestaat om na te gaan in hoeverre het bloedspoor afkomstig zou kunnen zijn van een nabij familielid van de verdachte. Dat zou er immers op neer komen dat van de verdachte wordt verlangd te getuigen tegen een nabij familielid, hetgeen zich niet verdraagt met art. 217 Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521, en de alinea staat in dat document op bytes 16033 tot 16507.