Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6863.

24. Op grond van het voorgaande komt het mij in het algemeen gewenst voor dat forensische rapporten omtrent de statistische evaluatie van DNA-analyse niet volstaan met vermelding van de kans dat een willekeurig individu een overeenkomstig DNA-profiel heeft als gevonden in een aangetroffen spoor, maar tevens de kans vermelden dat een familielid van de verdachte een overeenkomstig DNA-profiel heeft.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d4ed0ffb61eb692a6d2893007b8624302b1fe8f7b6a21aa35cd2c9199e3521, en de alinea staat in dat document op bytes 18824 tot 19241.