Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6870.

3.3. De onderhavige zaak verschilt in zoverre van de situatie die ten grondslag lag aan HR NJ 1981, 123, dat in laatstgenoemde zaak de vervolging werd ingesteld tegen de 'nieuwe' BV, terwijl het feit gepleegd was door de 'oude' BV. In casu heeft [verdachte] (de 'oude' rechtspersoon) de tenlastegelegde feiten begaan(4) en is daarvoor ook vervolgd. Thans is bij het aanzeggen in cassatie op de voet van art. 435, eerste lid Sv gebleken dat [verdachte] per 31 augustus 2001 is gefuseerd. Het uittreksel van de Kamer van Koophandel d.d. 16 november 2001, waaraan de steller van het middel refereert, vermeldt dat de verkrijgende rechtspersoon [A] B.V. is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee0ff12e8b474972bf9414bd7ae2de7e748b6e9ba7751313d57782ab965f71e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee0ff12e8b474972bf9414bd7ae2de7e748b6e9ba7751313d57782ab965f71e, en de alinea staat in dat document op bytes 7896 tot 8562.