Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6870.

Een en ander brengt overigens wel met zich dat de betekening van de aanzegging in cassatie op grond van art. 435 lid 1 Sv ten onrechte aan de griffier heeft plaatsgevonden bij gebrek aan een bekend adres van de verdachte. Anders dan op de akte van uitreiking is genoteerd was van verdachte wel een adres bekend, te weten het adres waar [verdachte] steeds gevestigd is geweest, welk adres thans ook het adres van vestiging is van de 'nieuwe' verdachte [B] B.V. en welk adres ook in de cassatieakte is genoemd. Dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, nu er namens de verdachte reeds een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend. Verdachte heeft bij een hernieuwde betekening dus geen belang. Daarbij neem ik nog in aanmerking dat in cassatie niet is geklaagd over de foutieve betekening, terwijl evenmin om uitstel is gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee0ff12e8b474972bf9414bd7ae2de7e748b6e9ba7751313d57782ab965f71e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee0ff12e8b474972bf9414bd7ae2de7e748b6e9ba7751313d57782ab965f71e, en de alinea staat in dat document op bytes 13384 tot 14245.