Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6870.

4.11. De rechtbank heeft derhalve zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting kunnen oordelen dat de activiteiten van [verdachte] als reclameactiviteiten in de zin van art. 5 van het Reclamebesluit zijn te bestempelen. Het oordeel van de rechtbank is evenmin onbegrijpelijk gelet op bovengenoemde (feitelijke) vaststellingen. Ik wijs er daarbij nog op dat [verdachte] blijkens de gebezigde bewijsmiddelen onder meer een aantal specifiek in de Nota van toelichting op het Reclamebesluit als "reclame-activiteiten" bestempelde handelingen heeft uitgevoerd, te weten "het uitbrengen van (audio-) visueel materiaal en telefoon-scripts in het kader van "direct-marketing".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fee0ff12e8b474972bf9414bd7ae2de7e748b6e9ba7751313d57782ab965f71e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fee0ff12e8b474972bf9414bd7ae2de7e748b6e9ba7751313d57782ab965f71e, en de alinea staat in dat document op bytes 37731 tot 38422.