Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6874.

3.9. Voorzover er in het middel voorts wordt geklaagd dat de rechtbank ten onrechte geen betekenis heeft toegekend aan het ter terechtzitting aangevoerde standpunt dat het marketingplan van [verdachte], waaraan de rechtbank in zijn bewijsoverweging refereert, uitsluitend een concept was dat nimmer door de raad van bestuur is vastgesteld, zodat daaraan voor de " bedoeling" van [verdachte] geen betekenis toekomt, faalt het reeds omdat noch het proces-verbaal noch de daaraan gehechte pleitnota iets inhoudt waaruit blijkt dat een dergelijk verweer ter terechtzitting is gevoerd. Dat blijkens het proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg een dergelijk verweer wel is gevoerd, is in dit verband niet relevant nu verzoekster, gezien het feit dat het verweer in hoger beroep niet is herhaald, kennelijk het betreffende verweer niet wenste te handhaven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d228db0025446ccdf549e962740e54269a147c41a7d8e88783b214cdf9a1b787. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d228db0025446ccdf549e962740e54269a147c41a7d8e88783b214cdf9a1b787, en de alinea staat in dat document op bytes 23327 tot 24201.