Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6874.
4.5. Kennelijk heeft de rechtbank aan de door verzoekster geschetste gang van zaken geen geloof gehecht. In het oordeel van de rechtbank ligt besloten dat niet aannemelijk is dat de advertorials bestemd waren voor beroepsbeoefenaren, dat het PR-bureau de advertorials in strijd met de verleende opdracht heeft geplaatst in de huis-aan-huisbladen en dat [verdachte] geen verwijt treft. Wanneer een en ander immers wel conform de voorgestelde gang van zaken zou zijn gelopen, zou de enige logische gevolgtrekking zijn dat het PR-bureau volledig op eigen initiatief heeft gehandeld door de advertorials in de huis-aan-huisbladen te (doen) plaatsen. Nu de rechtbank dát nu juist onaannemelijk heeft geacht, heeft zij aan het beweerdelijk voorafgaande klaarblijkelijk evenmin geloof gehecht. Dat oordeel van de rechtbank vindt steun in de tekst van de advertorials, waarin immers over het nieuwe geneesmiddel Xenical wordt gezegd dat het via de arts verkrijgbaar is. Dat duidt op een gerichtheid op het publiek en niet op de beroepsgroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d228db0025446ccdf549e962740e54269a147c41a7d8e88783b214cdf9a1b787. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d228db0025446ccdf549e962740e54269a147c41a7d8e88783b214cdf9a1b787, en de alinea staat in dat document op bytes 30133 tot 31180.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d228db0025446ccdf549e962740e54269a147c41a7d8e88783b214cdf9a1b787 | shasum -a 256