Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6876.

Het hof is van oordeel dat het Openbaar Ministerie in redelijkheid kon beslissen geen voorlopige hechtenis te vorderen tegen C[], nadat de stukken betreffende de door hem op 9 en 10 december 1999 gedane aangifte in zijn handen waren gesteld, aangezien de enkele inhoud van zijn verklaringen daartoe voor het Openbaar Ministerie - en evenmin voor de politie - [geen(1)] aanleiding behoefde te zijn, en aannemelijk is dat niet bekend was aan het Openbaar Ministerie (en de politie) noch bekend behoefde te zijn, dat C[] illegaal in Nederland verbleef en deswege met uitzetting bedreigd werd. Het stond het Openbaar Ministerie uiteraard niet vrij om de voorlopige hechtenis van C[] te vorderen louter met het oog op het belang van de verdachte om C[] als getuige te horen. Overigens is aannemelijk dat het onderzoek tegen verdachte in december 1999/januari 2000 nog niet zover gevorderd was dat het toen als getuige horen van C[] aan de orde behoefde te zijn. Voorts is geenszins aannemelijk geworden dat de ondervraging van C[] door de politie in december 1999 eenzijdig is geweest, zoals door de raadsman wordt gesuggereerd. Het vorenoverwogene brengt tevens mee dat geen aanleiding bestaat om de verklaringen van C[] van het bewijs uit te sluiten op de grond dat zij onrechtmatig zijn verkregen, zoals door de raadsman verzocht."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcc88d3e7e0eb88311e8573f1a8ff0f37d213a18b65d725dc7499eb148e7c3a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcc88d3e7e0eb88311e8573f1a8ff0f37d213a18b65d725dc7499eb148e7c3a5, en de alinea staat in dat document op bytes 7246 tot 8588.