Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6876.
Indien door onbereikbaarheid van een getuige het in art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM neergelegde recht van de verdachte tot diens ondervraging niet kan worden gerealiseerd levert het toch voor het bewijs bezigen van een door die getuige bij de politie afgelegde verklaring geen schending van art. 6 EVRM op indien er voor de inhoud van die verklaring voldoende steunbewijs is.(2) 's Hofs oordeel dat geen sprake is van ongeoorloofdheid in het licht van het EVRM geeft derhalve geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcc88d3e7e0eb88311e8573f1a8ff0f37d213a18b65d725dc7499eb148e7c3a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcc88d3e7e0eb88311e8573f1a8ff0f37d213a18b65d725dc7499eb148e7c3a5, en de alinea staat in dat document op bytes 10480 tot 11024.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcc88d3e7e0eb88311e8573f1a8ff0f37d213a18b65d725dc7499eb148e7c3a5 | shasum -a 256