Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6876.

Uit de stukken blijkt noch dat de Advocaat-Generaal de oproeping van de door de verdediging opgegeven getuige C[] heeft geweigerd (vgl. art. 264 Sv), noch dat de verdediging uitdrukkelijk afstand van die getuige heeft gedaan, noch dat het Hof van diens oproeping heeft afgezien (vgl. art. 288 Sv), zodat moet worden aangenomen dat dit alles niet is geschied. Weliswaar zou het beroep van de verdediging op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens ontbreken van de mogelijkheid om C[] ter terechtzitting te ondervragen wellicht kunnen worden opgevat als impliciete afstand van die getuige op grond van de erkenning dat diens oproeping niet meer mogelijk was, maar daartegenover staat dat de raadsman blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 april 2001 (blz. 9) erop heeft aangedrongen dat de Advocaat-Generaal maatregelen zou nemen teneinde te worden ingelicht zodra C[] in Nederland zou worden aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcc88d3e7e0eb88311e8573f1a8ff0f37d213a18b65d725dc7499eb148e7c3a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcc88d3e7e0eb88311e8573f1a8ff0f37d213a18b65d725dc7499eb148e7c3a5, en de alinea staat in dat document op bytes 12106 tot 13057.