Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7002.

2.16 Het recht op een WAO-uitkering ontstaat dus op het moment waarop de arbeidsongeschiktheid intreedt. Maar dat recht is dan niet onmiddellijk opeisbaar en evenmin onvoorwaardelijk. De (louter praktische) reden waarom een WAO-uitkering pas wordt uitgekeerd zodra de werknemer (verzekerde) onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt is geweest, is dat hij eerder aan die uitkering geen behoefte heeft omdat hij dan hetzij nog gewoon salaris krijgt betaald door zijn werkgever, hetzij een uitkering ontvangt krachtens de Ziektewet. Deze laatste wordt echter beëindigd na verloop van een periode van 52 weken (art. 29 lid 5 ZW).(27) In civielrechtelijke termen gedacht is het verstrijken van deze periode dus een opschortende tijdsbepaling voor het ontstaan van een recht op uitkering krachtens de WAO. Daarnaast heeft de beëindiging van de arbeidsongeschiktheid te gelden als ontbindende voorwaarde.(28)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/588e2b5e709c3078f67f5e662520b003ded67bc3facbcf6fbc04e91d1696c608. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 588e2b5e709c3078f67f5e662520b003ded67bc3facbcf6fbc04e91d1696c608, en de alinea staat in dat document op bytes 30304 tot 31220.