Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7011.

26 HR 10 januari 1997, NJ 1997, 360 Ma, rov. 3.3.1, welke maatstaf vervolgens nader wordt uitgewerkt; HR 11 juni 1999, NJ 1999, 586, rov. 3.4; HR 10 december 1999, NJ 2000, 6, rov. 3.2. Zie voorts: Rechtspersonen (Huizink), aant. 3-4a bij art. 2:9 (vereist is dat bestuurders het "uitermate bont" hebben gemaakt); Asser-Maeijer 2-III, 2000, nr 321 (het gaat om een "onmiskenbare, duidelijke tekortkoming, waarover geen redelijk oordelend en verstandig ondernemer twijfelt"); P. van Schilfgaarde, Van de BV en de NV (1998) nr 47; J.B. Wezeman, Aansprakelijkheid van bestuurders (1998) blz. 65-73 (handelingen die door geen redelijk handelend bestuurder in dezelfde omstandigheden zouden zijn verricht). Deze maatstaf werd reeds voor genoemd arrest van 10 januari 1997 door de meeste schrijvers aangehangen; zie de literatuur vermeld in Wezeman a.w. blz. 67 noot 9.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ef0927d111981f349051d50e81f82361725e88929981d7f2d9589a17aaac00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ef0927d111981f349051d50e81f82361725e88929981d7f2d9589a17aaac00, en de alinea staat in dat document op bytes 59699 tot 60575.