Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7313.

9.10 Ik meen dat er geen reden is om aan te nemen dat de fiscus, die weliswaar zijn bijzondere informatiegaringsbevoegdheden jegens de belastingplichtige verliest in de beroepsfase ten overstaan van de rechter,(6) in die beroepsfase niet meer gebonden zou zijn aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in casu het vertrouwensbeginsel, en daarom niet gebonden zou zijn aan toezeggingen die hij in processtukken doet. Uit niets volgt dat zijn uitlating in de conclusie van dupliek een voorwaardelijk karakter had of niet gedaan zou zijn indien geen beroep had gelopen, dus slechts een functie binnen het proces had. Bij een toezegging geldt voorts geen dispositie- of schadevereiste.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350, en de alinea staat in dat document op bytes 52040 tot 52744.