Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7313.

9.11 De fiscus hoeft overigens geen groot nadeel te hebben van zijn toezegging, althans misverstand: hij kan alsnog tot brutering naheffen indien de vennootschap niet blijkt te verhalen op de vier directeuren (zie mede onderdeel 7.2). Ter zake van de betalingen aan het overige personeel ligt zulks wellicht moeilijker, nu het mogelijk is dat ter zake van hen alsnog geconcludeerd moet worden dat het bruteringsmoment in 1996 viel, zodat de inspecteur zichzelf met zijn toezegging in de voet heeft geschoten omdat in enig later jaar zich geen moment van afzien van verhaal meer voordoet. Maar dat had de inspecteur kunnen bedenken vóórdat hij zijn toezegging deed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350, en de alinea staat in dat document op bytes 52764 tot 53443.