Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7313.
5.4 Het geval dat de aandeelhouders van de BV in privé - los van hun hoedanigheid van directeur - substantiële contante bedragen aan (al) het personeel van de BV zouden willen schenken, is door het Hof terecht als "zeer uitzonderlijk" aangemerkt (r.o. 5.3.4). Die uitzonderlijkheid legt de bewijslast voor de juistheid van een daartoe strekkende stelling op de belanghebbende. Dat het Hof de belanghebbende niet geslaagd acht in dat bewijs, is een feitelijk en in het licht van het door de belanghebbende aangevoerde geenszins onbegrijpelijk oordeel. Niet gesteld is dat een der overige personeelsleden aangifte schenkingsrecht heeft gedaan, waartoe, gezien de omvang van de bedragen (tussen de f 1.500 en f 10.000), wel aanleiding zou bestaan. Overigens is de hele stelling irrelevant indien men - zoals het Hof - oordeelt dat de transacties voor rekening van de BV geschiedden.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350, en de alinea staat in dat document op bytes 20178 tot 21075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350 | shasum -a 256