Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7313.
5.5 De belanghebbende heeft aan zichzelf te wijten dat er een zekere mate van schimmigheid heerst omtrent de intenties achter en de strekking van de transacties en de betalingen. Het is aan haar om die schimmigheid weg te nemen. Het Hof kon resterende onduidelijkheid daarom voor rekening van de belanghebbende laten. Ik merk daarbij op dat in het belastingprocesrecht bewijslevering door middel van vermoedens mogelijk is. Vermoedens zijn gevolgtrekkingen, verbonden aan vaststaande feiten en omstandigheden (HR 17 april 1991, BNB 1991/218, met conclusie Van Soest en noot Van Dijck). Het is aan de partij in wiens nadeel die vermoedens strekken, om hen te ontzenuwen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350, en de alinea staat in dat document op bytes 21095 tot 21778.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350 | shasum -a 256