Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7313.

7.4 Uit uw jurisprudentie volgt dat zelfs bij moedwillig zwarte loonbetalingen niet zonder meer aanstonds gebruteerd kan worden (HR 10 februari 1993, BNB 1993/138, met conclusie Van Soest en noot P. den Boer; HR 23 juni 1993, BNB 1993/272, met noot Wattel, en HR 4 mei 1994, BNB 1994/234-236, met noot Sinnighe Damsté), nu de zwart loon betalende werkgever zich immers pas voor de verhaalsvraag geplaatst ziet als de fiscus ondanks de zwarte bedoelingen toch achter de loonbetalingen is gekomen en van de werkgever naheft. Dit is anders indien de werkgever zichzelf bij voorbaat in de onmogelijkheid heeft gebracht om te verhalen, zodat uitgegaan moet worden van het voor eigen rekening nemen van (het risico van) naheffing (u zie bijvoorbeeld HR 23 juni 1993, BNB 1993/272, met noot Wattel, en HR 5 oktober 1994, BNB 1995/18, met noot Brunt). 's Hofs kennelijke oordeel dat deze laatste situatie zich voordoet ook met betrekking tot de vier directeuren, acht ik onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350, en de alinea staat in dat document op bytes 31302 tot 32303.