Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7313.

3.2. Het Hof heeft niet vastgesteld op welke tijdstippen de verschillende genieters van de aanvullende loonbetalingen in de heffing van de inkomstenbelasting zijn betrokken. In cassatie moet dan veronderstellenderwijs ervan worden uitgegaan dat het Hof heeft geoordeeld dat ook voor zover die tijdstippen zijn gelegen na het tijdstip van oplegging van de bestreden naheffingsaanslag er voor heffing van loonbelasting geen plaats meer is. In dat veronderstelde geval heeft het Hof evenwel aan de in 3.1 genoemde arresten, die beide betrekking hadden op een naheffingsaanslag die aan de inhoudingsplichtige werd opgelegd, nadat oplegging van een (navorderings-)aanslag aan de belastingplichtige reeds had plaatsgevonden, een te ruime werking toegekend en blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350, en de alinea staat in dat document op bytes 34544 tot 35357.