Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7313.
8.3 In het in 7.4 reeds genoemde arrest HR 10 februari 1993, BNB 1993/138, met conclusie Van Soest en noot Den Boer, voegde u hieraan toe dat niet kan worden nageheven indien art. 16, lid 1, AWR (vereiste van nieuw feit of - inmiddels - kwade trouw) aan navordering in de inkomstenbelasting in de weg zou staan. Dit oordeel voorkomt dat de fiscus de navorderingsvereisten omzeilt door na te heffen bij de inhoudingsplichtige, die immers in beginsel de naheffing zal verhalen op de belastingplichtige, bij wie de fiscus zelf echter niet kon navorderen zonder respectering van de navorderingsvereisten. Ook verduidelijkte u in dat arrest dat op de belanghebbende de stelplicht (en dus de bewijslast) rust dat een inkomensbestanddeel ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag reeds in een aanslag inkomstenbelasting was begrepen. U overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350, en de alinea staat in dat document op bytes 36423 tot 37284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d73d9cbc71aaa6dee82a848f676786d2ffb2383ba6d2c905f33842875ee1e350 | shasum -a 256