Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7345.
9. Het hof overweegt daarbij voorts, dat het ook naar aanleiding van hetgeen uit de na het tussenvonnis gehouden getuigenverhoren en overgelegde producties naar voren is gekomen, geen gronden aanwezig acht om die gegeven bewijsopdracht achteraf onjuist te achten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/589ca8df0b947df548d9d5a31cbe7386fb1c976a6c713be23a96dd8291113d19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 589ca8df0b947df548d9d5a31cbe7386fb1c976a6c713be23a96dd8291113d19, en de alinea staat in dat document op bytes 19926 tot 20202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/589ca8df0b947df548d9d5a31cbe7386fb1c976a6c713be23a96dd8291113d19 | shasum -a 256