Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7345.

9) De toepasbaarheid van de omkeringsregel is de afgelopen jaren verscheidene keren in cassatie aan de orde gesteld. Deze regel vormt een uitzondering op art. 177 Rv oud (art. 150 nRv), dat bepaalt dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten de bewijslast draagt van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit. De omkeringsregel (of, wellicht beter, de omkeringsuitzondering) houdt in dat indien door een als onrechtmatige daad of wanprestatie aan te merken gedraging een risico ter zake van het ontstaan van schade in het leven is geroepen en dit risico zich vervolgens verwezenlijkt, daarmee het causaal verband tussen die gedraging en de aldus ontstane schade in beginsel is gegeven en dat het aan degene die op grond van die gedraging wordt aangesproken, is om te stellen en te bewijzen dat die schade ook zonder die gedraging zou zijn ontstaan (zie laatstelijk HR 23 november 2001, RvdW 2001, 188, C99/259 en HR 23 november 2001, C00/069, nog niet gepubliceerd).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/589ca8df0b947df548d9d5a31cbe7386fb1c976a6c713be23a96dd8291113d19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 589ca8df0b947df548d9d5a31cbe7386fb1c976a6c713be23a96dd8291113d19, en de alinea staat in dat document op bytes 24086 tot 25225.