Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7347.
In deze overweging ligt het oordeel besloten dat het gestelde opzettelijk doen van de onjuiste mededeling dat geen recht op een overwerktoeslag bestond, niet kan worden gekwalificeerd als een opzettelijk verborgen houden van de schuld als bedoeld in art. 3:321, eerste lid aanhef en onder f BW in een geval als het onderhavige waarin de werknemer de werkgever om betaling van een overwerktoeslag ter zake van de door hem gewerkte overuren verzoekt en de werkgever vervolgens op dat verzoek reageert met de mededeling dat de werknemer geen recht op een overwerktoeslag heeft. Dat oordeel lijkt mij juist. In een zodanig geval is het bestaan van de schuld niet voor de werknemer verborgen gebleven in de door genoemde bepaling bedoelde zin. Uit de in de hiervoor geciteerde passages uit de wetsgeschiedenis leid ik althans af dat bij het verborgen houden van het bestaan van de schuld met name moet worden gedacht aan het verborgen houden van de (rechts)feiten die de grond vormen voor het bestaan van de vordering. Daarvan is in casu geen sprake geweest, althans niet is gesteld of gebleken dat zulks het geval is geweest. De mededeling dat geen recht op overwerktoeslag bestond, moet - onverschillig of de werkgever zich ervan bewust was dat deze mededeling onjuist was - worden beschouwd als een weigering de vordering te erkennen en te betalen; kennelijk is de Rechtbank daarvan ook uitgegaan. De werkgever was niet gehouden de vordering te erkennen. Het stond hem vrij op dit punt een juridisch dispuut aan te gaan, zij het dat het opzettelijk doen van onjuiste mededelingen onder omstandigheden kan meebrengen dat het beroep van de werkgever op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, waarbij met name van belang is of de werknemer in de onmogelijkheid verkeerde de mededelingen van zijn werkgever op juistheid te laten toetsen. De in het middel vervatte rechtsklacht moet dan ook falen; de motiveringsklacht miskent dat een rechtsoordeel niet met een motiveringsklacht kan worden bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9a8608a5c58f06b7f1d20964affd50427ae55acff8669c53762d94e44212b3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9a8608a5c58f06b7f1d20964affd50427ae55acff8669c53762d94e44212b3b, en de alinea staat in dat document op bytes 23512 tot 25557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9a8608a5c58f06b7f1d20964affd50427ae55acff8669c53762d94e44212b3b | shasum -a 256