Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7349.
11. Met haar gewraakte oordeel omtrent de ontvankelijkheid heeft de Rechtbank overigens niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting in aanmerking genomen dat zij heeft geoordeeld (een oordeel dat feitelijk en niet onbegrijpelijk is) dat in casu niet, althans onvoldoende gemotiveerd, is gesteld of gebleken dat [eiser] c.s. voorafgaande aan het geding in eerste aanleg [verweerder] hebben medegedeeld dat zij weigerden het loon door te betalen omdat zij de door [verweerder] gestelde arbeidsongeschiktheid betwistten. Dat kan worden afgeleid uit de volgende passage uit de MvT (Tweede Kamer, vergaderjaar 1995/1996, 24 439, nr. 3, p. 63-65) waar de bepaling zoals thans opgenomen in art. 7:629a lid 1 en lid 2 BW mede aan de hand van een (niet-limitatief bedoeld) voorbeeld als volgt wordt toegelicht:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f88eaa8dffb9c9bc9c9483af69657ca408341337ab954e3597453382243bd46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f88eaa8dffb9c9bc9c9483af69657ca408341337ab954e3597453382243bd46, en de alinea staat in dat document op bytes 16705 tot 17527.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f88eaa8dffb9c9bc9c9483af69657ca408341337ab954e3597453382243bd46 | shasum -a 256