Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7349.
13. Na het vooroverwogene, behoeft geen nadere toelichting dat tevens faalt het (tegen het oordeel van de Rechtbank omtrent de ontvankelijkheid gerichte) betoog dat het rechtens onjuist is dat [verweerder] moest worden medegedeeld dat hem het loon niet zou worden betaald wegens betwisting van de door hem gestelde arbeidsongeschiktheid. De klacht dat "uiteraard" met de stelling van [eiser] c.s. dat [verweerder] onwettig afwezig was "[verweerder] duidelijk [was] dat [eiser] van oordeel was dat hij niet ziek was", voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Hiervoor tekende ik reeds aan dat de overweging van de Rechtbank omtrent de uitleg van bedoelde stelling van [eiser] c.s. niet onbegrijpelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f88eaa8dffb9c9bc9c9483af69657ca408341337ab954e3597453382243bd46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f88eaa8dffb9c9bc9c9483af69657ca408341337ab954e3597453382243bd46, en de alinea staat in dat document op bytes 19984 tot 20705.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f88eaa8dffb9c9bc9c9483af69657ca408341337ab954e3597453382243bd46 | shasum -a 256