Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7351.
Het voorgaande brengt mee dat argumenten die zijn aangevoerd om de omkeringsregel toe te passen, onder de onderhavige omstandigheden niet opgaan. Dat geldt, zoals reeds opgemerkt, in de eerste plaats voor het door Bakels en Vranken aangevoerde argument dat het redelijk is het laatste restje causaliteitsonzekerheid voor risico te laten komen van degene die zich onjuist heeft gedragen. In plaats van een laatste restje onzekerheid is er nog niet een begin van zekerheid. De door Akkermans en Giesen verdedigde ratio voor de omkeringsregel, te weten de bewaking van de effectiviteit van de geschonden norm(8), is evenmin in het geding. De effectiviteit van een zorgvuldigheidsnorm wordt immers niet gediend door schade met haar schending in causaal verband te brengen terwijl onvoldoende aannemelijk is dat de schade het gevolg is van de schending.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47a3c381b6bec3eaab86fccdd8155909d587e83e63a4c2d70b972c3e8ab20dc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47a3c381b6bec3eaab86fccdd8155909d587e83e63a4c2d70b972c3e8ab20dc2, en de alinea staat in dat document op bytes 19957 tot 20818.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47a3c381b6bec3eaab86fccdd8155909d587e83e63a4c2d70b972c3e8ab20dc2 | shasum -a 256