Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7352.
In het bewijsaanbod zelf heeft [eiser 1] m.b.t. één van de met name genoemde getuigen (zijn echtgenote) aangegeven waarop haar verklaring betrekking zou hebben, te weten op het gesprek tussen [eiser 1] en [verweerder 2]. Het ligt voor de hand dat [eiser 1] hier het oog heeft gehad op de door hem gestelde toezegging van [verweerder 2] om [eiser 1] op de hoogte te stellen van eventuele prijswijzigingen. Ook hier geldt evenwel dat naar het kennelijke en niet onbegrijpelijke oordeel van het hof het bewijsaanbod, hier ten aanzien van het gepretendeerde voorkeursrecht, ratione materiae nog niet voldoende specifiek onderbouwd was. Ook - en a fortiori - hiér schortte het volgens het hof kennelijk (en m.i. niet onbegrijpelijk) aan voldoende stellingen van [eiser 1], gericht op bewijs van méér dan de door het hof reeds aangenomen burenafspraak tot inlichten over het 'in de verkoop doen' incl. het aan [eiser 1] als eerste bekend maken met de vraagprijs en het vervolgens aan [eiser 1] bekendmaken van de eventueel gewijzigde openbare vraagprijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a, en de alinea staat in dat document op bytes 33150 tot 34217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a | shasum -a 256