Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7352.
4.13. Het juridisch kader m.b.t. de eisen die aan (de inhoud van) een aanbod tot het leveren van getuigenbewijs gesteld mogen worden, is het volgende: De rechter mag een aanbod tot het leveren van getuigenbewijs passeren omdat het niet terzake dienend is, d.w.z. dat de te bewijzen aangeboden feiten niet aan beslissing van de zaak kunnen bijdragen. Ook mag de rechter een aanbod tot het leveren van getuigenbewijs passeren omdat het te vaag is (men zegt ook vaak: onvoldoende gespecificeerd is). De beoordeling van de vraag of een bewijsaanbod voldoende gespecificeerd is, berust op uitleg van de gedingstukken, is afhankelijk van de context(8), en is aan de feitenrechter overgelaten.(9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a, en de alinea staat in dat document op bytes 21882 tot 22585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a | shasum -a 256