Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7352.

In r.ovv. 3.4-3.6 heeft het hof gemotiveerd uiteengezet dat de door [eiser 1] aan de gestelde onderhandelingsafspraak ten grondslag gelegde feiten (de brief van [verweerder 2] van 2 oktober 1997 en het mondelinge aanbod van [verweerder 2] op 1 mei 1997) op zichzelf niet genoegzaam zijn om aan te nemen dat er een onderhandelingsafspraak was. 'Er volgt uit deze feiten immers niet, althans niet zonder meer, dat [verweerder 4] zich jegens [eiser 1] op een zodanig bepaalde wijze heeft verbonden dat [eiser 1] in rechte aanspraak op nakoming daarvan kan maken' (eerste zin r.o. 3.6). Het hof kan uit die feiten voorshands niet meer of anders afleiden dan dat er, kort gezegd, een toezegging bestond tot inlichten over het 'in de verkoop doen' incl. het aan [eiser 1] als eerste bekend maken met de vraagprijs (tweede zin r.o.3.6). De stelling van [verweerder 2] dat [verweerder 4] hem de afspraak met [eiser 1] heeft medegedeeld en hem heeft opgedragen bij [eiser 1] langs te gaan, is volgens het hof hiermee niet in tegenspraak (r.o. 3.7). Bovendien zouden de beweringen van [verweerder 2] niet zonder meer aan [verweerder 4] kunnen worden tegengeworpen (r.o. 3.8). Vervolgens heeft het hof in r.o. 3.9 overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a, en de alinea staat in dat document op bytes 27384 tot 28610.