Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7352.

Dit kennelijke oordeel van het hof is m.i. niet onbegrijpelijk. Aan [eiser 1] moet worden toegegeven dat hij heeft aangegeven welke getuigen hij wenste te doen horen en dat hij in dit verband (ook) [verweerder 4] heeft genoemd. Hiermee was naar het kennelijke en niet onbegrijpelijk oordeel van het hof het bewijsaanbod ratione materiae evenwel nog niet voldoende specifiek onderbouwd: het schortte aan voldoende stellingen van [eiser 1], gericht op bewijs van méér dan de (door het hof reeds aangenomen en dus niet meer te bewijzen) burenafspraak tot inlichten over het 'in de verkoop doen' incl. het aan [eiser 1] als eerste bekend maken met de vraagprijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fb2a070553b87826e7d9badfe08cbc626afc8df6840ddeca54b191d6a73eb7a, en de alinea staat in dat document op bytes 29980 tot 30653.