Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7356.

2.11 In subonderdeel 3a klaagt [eiseres] erover dat uit de rov. 4.8 en 4.9 niet blijkt welk door de rechtbank vastgesteld belang van [verweerster] de rechtbank in aanmerking heeft genomen bij de door haar gemaakte afweging van de gevolgen van de beëindiging voor [eiseres] en het belang van de werkgever bij beëindiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f7723491597a190585cde461aa287fa9c78309f3296613e3d3adb10c35ae86d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f7723491597a190585cde461aa287fa9c78309f3296613e3d3adb10c35ae86d, en de alinea staat in dat document op bytes 34048 tot 34384.