Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7356.

2.17 Met subonderdeel 3d klaagt [eiseres] dat in het licht van de door de rechtbank genoemde omstandigheden, te weten dat [eiseres] tot aan haar ontslag goed functioneerde, dat zij zichzelf ook in staat acht tot het verrichten van een 32-urige werkweek, dat sprake is van een krappe arbeidsmarkt en dat het voor werkgevers in beginsel niet onaantrekkelijk is om een 65-jarige in dienst te nemen aangezien geen sociale lasten behoeven te worden opgebracht, onbegrijpelijk is waarom de rechtbank de belangen van [eiseres] niet heeft laten prevaleren. De genoemde omstandigheden dragen immers bij tot het oordeel dat het voor [verweerster] voordeliger zou zijn geweest om [eiseres] juist niet te ontslaan. Het belang van [verweerster] bij beëindiging van het dienstverband met [eiseres] blijft ook om die reden onduidelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f7723491597a190585cde461aa287fa9c78309f3296613e3d3adb10c35ae86d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f7723491597a190585cde461aa287fa9c78309f3296613e3d3adb10c35ae86d, en de alinea staat in dat document op bytes 38051 tot 38886.