Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7356.
2.18 Het door de rechtbank kennelijk meegewogen belang van [verweerster] is gelegen in het voorkomen van vergrijzing en het bevorderen van de doorstroom van jongeren. Aan dit belang, dat voor [verweerster] kennelijk zwaarder weegt dan de voordelen die verbonden zijn aan het voortzetten van een dienstverband met een 65-jarige werknemer (en die de rechtbank slechts releveert in verband met haar oordeel dat [eiseres] in staat moet worden geacht elders inkomsten uit arbeid te verwerven), wordt door die voordelen op zichzelf niet afgedaan. De enkele omstandigheid dat aan voortzetting van het dienstverband ook voor [verweerster] zekere voordelen zouden zijn verbonden, behoefde de rechtbank niet te weerhouden van haar oordeel, dat, gelet op alle overige omstandigheden, de gevolgen van de beëindiging voor [eiseres] niet te ernstig zijn in vergelijking met het belang van [verweerster] bij beëindiging. Subonderdeel 3d faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f7723491597a190585cde461aa287fa9c78309f3296613e3d3adb10c35ae86d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f7723491597a190585cde461aa287fa9c78309f3296613e3d3adb10c35ae86d, en de alinea staat in dat document op bytes 38906 tot 39849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f7723491597a190585cde461aa287fa9c78309f3296613e3d3adb10c35ae86d | shasum -a 256