Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7360.

De eerste klacht richt zich tegen r.o. 3 en betoogt dat het hof ten onrechte heeft beslist dat de bewijsopdracht aan Sunmaster in appel onbestreden zou zijn. Het hof heeft volgens het middel miskend dat, toen het in de voor de rechtbank afgelegde getuigenverklaringen onvoldoende aanknopingspunten vond om - ook bezien in samenhang met de overige stukken van het geding - genoegzaam bewezen te achten dat het in-/terugdraaien slechts door (personeel van) [verweerder] kan zijn gedaan, het al hetgeen Sunmaster in eerste aanleg voor haar standpunt met betrekking tot de bewijslastverdeling had aangevoerd, als in hoger beroep gehandhaafd, opnieuw diende te beoordelen. Daarmee kwam volgens het middel de vraag aan de orde of de bewijsopdracht, in voege als aangegeven door Sunmaster, aan [verweerder] had moeten worden gegeven, en de vraag of de stellingen van Sunmaster niet voorshands als bewezen behoorden te worden aangemerkt, behoudens tegenbewijs door [verweerder].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76, en de alinea staat in dat document op bytes 13759 tot 14742.