Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7360.

Voor de juridische uitgevers is er wellicht een markt voor gekalligrafeerde en ingelijste teksten voor de raadkamer, bijv. (in de woorden van Snijders/Wendels): In eerste aanleg door (eventueel incidenteel) geïntimeerde aan de orde gestelde, maar destijds buiten behandeling gelaten of verworpen stellingen of weren (met inbegrip van diens eventueel voorwaardelijke en subsidiaire vorderingen), moeten, indien zij in hoger beroep niet zijn prijsgegeven, (alsnog) ambtshalve door de appelrechter worden behandeld, voor zover deze door gegrondbevinding van een grief van (eventueel incidenteel) appellant relevant worden voor de bepaling van het uiteindelijke dictum in appel.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76, en de alinea staat in dat document op bytes 18652 tot 19344.