Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7360.
4.13. Het oordeel van het hof in r.o. 5 van het bestreden arrest ontbeert iedere motivering. Nu kan men het hof nageven dat het oordeel dat iets niet bewezen wordt geacht zich minder lijkt te lenen voor motivering dan het oordeel dat dit wél het geval zou zijn. Het hof had in casu evenwel aanknopingspunten voor motivering van zijn anders uitpakkende evaluatie van de getuigenverhoren door de rechtbank in het vonnis van 1 oktober 1998. Het hof had in dit geval m.i. moeten motiveren waarom het niet bewezen achtte dat (personeel van) [verweerder] verantwoordelijk is voor het indraaien van de aanslag. Bij gebreke daarvan is een apodiktisch oordeel als het onderhavige een slag in de lucht. Het geeft - in cassatietermen - onvoldoende inzicht in 's hofs gedachtegang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76, en de alinea staat in dat document op bytes 28006 tot 28789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76 | shasum -a 256