Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7360.
3 Vgl. HR 12 november 1999, NJ 2000, 68, i.h.b. de conclusie van A-G Bakels voor dit arrest, onder 2.3. Zie ook: (m.b.t verdeling bewijslast) HR 24 september 1993, NJ 1994, 226, m.nt. HER onder NJ 1994, 227; (het in de noot bekritiseerde) HR 9 oktober 1998, NJ 1999, 195 m.nt. ARB en (m.b.t formulering bewijsopdracht) HR 24 september 1993, NJ 1994, 227, m.nt. HER. Zie over de kwestie van de eindbeslissingen voorts Snijders/Wendels, Civiel appel, 1999, nrs 92 t/m 94, blzz. 69-72 en Veegens/Korthals Altes/Groen, Cassatie, 1989, nr 53, blz. 111 e.v. en nr. 62, blz. 122 e.v.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76, en de alinea staat in dat document op bytes 30371 tot 30960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf595d52f1fb00f70bc4f827345be73f01423ee7c5b63743b20390ca7511b76 | shasum -a 256