Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7367.

5.4. Indien partijen overeenkomen op de voet van artikel 43 RO een tussen hen gerezen geschil aan de kantonrechter voor te leggen, is krachtens lid 2 van voormeld artikel de hoofdregel dat de kantonrechter 'altijd' in hoogste ressort recht spreekt. Dat is slechts anders indien partijen zich bij hun overeenkomst het hoger beroep hebben voorbehouden voor zover het zaken betreft die aan hoger beroep zijn onderworpen. Uit hetgeen hiervoor onder 5.3 is overwogen blijkt dat partijen zich dat beroep niet hebben voorbehouden, terwijl eveneens blijkt dat de vorderingen (een loonvordering uit arbeidsovereenkomst, vordering tot schadevergoeding van ƒ 17.249,75 wegens te late afdracht van gelden waarop ten laste van [eiser] derdenbeslag was gelegd en een vordering tot nakoming van een kredietfaciliteit van ƒ 542.000,--) vatbaar waren voor hoger beroep. In het licht van de wettekst van art. 43 RO hoefde OTIB er geenszins op bedacht te zijn dat partijen het voorbehoud van hoger beroep stilzwijgend bedongen. De enkele omstandigheid dat ter comparitie bij de kantonrechter het ontbreken van de mogelijkheid van hoger beroep van de in het kader van art. 1639w BW (oud) eerder genomen beslissing aan de orde is geweest en het ongenoegen van [eiser] daarover doet aan het vorenstaande niet af."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddebad78b1c3e0b942bfe1ed0335507c5fe44028cd6f9bcb63b6ca944945cdc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddebad78b1c3e0b942bfe1ed0335507c5fe44028cd6f9bcb63b6ca944945cdc3, en de alinea staat in dat document op bytes 16450 tot 17756.