Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7369.

1.2. De verhuurder heeft op 10 februari 1997 de huurder gedagvaard voor de kantonrechter te Harderwijk. De verhuurder heeft gevorderd dat de rechter het tijdstip waarop de huurovereenkomst eindigt zal bepalen op 1 juni 1999, subsidiair op 31 december 2001 of een andere door de rechter te bepalen datum. Voorts heeft hij gevorderd de vaststelling van het tijdstip van ontruiming, veroordeling van de huurder tot ontruiming en machtiging van de verhuurder tot reële executie. Aan de vordering heeft de verhuurder in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat hij en/of zijn dochter de verhuurde kiosk persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen als 1624-bedrijfsruimte en daartoe dringend nodig heeft. In de tweede plaats heeft de verhuurder aangevoerd dat de bedrijfsvoering van de huurder niet is geweest zoals een goed huurder betaamt. Deze tweede reden voor de opzegging speelt in cassatie geen rol.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c, en de alinea staat in dat document op bytes 8659 tot 9573.