Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7369.

1.4. De kantonrechter heeft in zijn tussenvonnis van 13 augustus 1997 het beroep van de huurder op de nietigheid van de opzegging verworpen, daartoe overwegend dat de opzegging voldoet aan de in art. 7A:1631 lid 2 BW gestelde eisen (rov. 3 Ktr.). De kantonrechter heeft de eerstgenoemde reden voor opzegging ondeugdelijk geacht, omdat de verhuurder niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij of zijn dochter het verhuurde zelf duurzaam als bedrijfsruimte in gebruik zal nemen (rov. 6.2 - 6.5 Ktr.). Met betrekking tot de tweede opzeggingsgrond heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 5 november 1997 heeft de kantonrechter wegens wanprestatie de huurovereenkomst ontbonden met ingang van 1 juni 1999 en de huurder veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde uiterlijk op die datum, met machtiging van de verhuurder tot reële executie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c, en de alinea staat in dat document op bytes 10020 tot 10902.