Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7369.
2.3. Primair ben ik van mening dat de klacht feitelijke grondslag mist. De rechtbank heeft niet bedoeld dat het voor het voortbestaan van de onderneming zélf noodzakelijk is dat de dochter van de verhuurder een positie in het bedrijf inneemt. Gelet op het debat dat aan de beslissing in appel is voorafgegaan, moet de rechtbank hebben bedoeld dat een uitbreiding van de omzetcapaciteit van de onderneming door annexatie van de naastgelegen kiosk noodzakelijk is om de onderneming als familiebedrijf te kunnen voortzetten. Op dit onderwerp kom ik in alinea 2.14 nog terug.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c, en de alinea staat in dat document op bytes 14480 tot 15065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c | shasum -a 256