Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7369.
2.7. Dit parlementair debat maakt duidelijk dat de verhuurder van woonruimte in de procedure, die op een niet door de huurder geaccepteerde huuropzegging volgt, niet een nieuwe reden aan zijn opzegging mag toevoegen. Indien de opzeggingsbrief uitsluitend als reden voor opzegging vermeldt dat de huurder zich niet heeft gedragen zoals een goed huurder betaamt (art. 7A:1623e, eerste lid onder 1, BW) kan de verhuurder niet op grond van een dringende noodzaak voor eigen gebruik (art. 7A:1623e, eerste lid onder 3, BW) vorderen dat de rechter de datum bepaalt waarop de huurovereenkomst eindigt. Overigens mag een verhuurder in de opzeggingsbrief steeds volstaan met een opgave van de feiten en omstandigheden die hem reden tot opzegging hebben gegeven. De verhuurder behoeft geen juridische kwalificatie aan de feiten te geven(12).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c, en de alinea staat in dat document op bytes 19569 tot 20413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c | shasum -a 256