Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7369.
2.8. Het hiervoor beschreven stelsel brengt mee dat een verhuurder van woonruimte in zijn opgave van redenen voor de opzegging zo dicht mogelijk zal aankruipen tegen de wettelijke formulering van (één of meer van) de toegelaten opzeggingsgronden. Zou de opzegging niet-toegelaten redenen voor opzegging vermelden, dan blijven deze in de procedure als bedoeld in art. 7A:1623c BW immers buiten beschouwing. Overigens heeft P.A. Stein in zijn noot onder HR 10 november 1978, NJ 1979, 81, reeds gewaarschuwd tegen een al te formalistische opstelling van de rechter in gevallen waarin de opgegeven reden voor opzegging niet een oneigenlijke reden is, doch slechts onvolkomen onder woorden is gebracht in de opzeggingsbrief. In HR 2 november 1979, NJ 1979, 613, werd overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c, en de alinea staat in dat document op bytes 20452 tot 21240.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c | shasum -a 256