Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7369.
11 Zie het debat tussen het Tweede Kamerlid Tripels en minister de Ruiter, Hand. II 17 mei 1979, blz. 5032 en blz. 5086. In het losbl. Handboek Huurrecht, aant. 16c op art. 7A:1623b BW, merkt E.E. Wijkerslooth-Vinke, m.i. terecht, op dat door het verleggen van het procesinitiatief ook de functie van de verplichting tot het motiveren van de huuropzegging is veranderd. Stond voorheen de informatieplicht voorop (na een ongemotiveerde opzegging door de verhuurder was de huurder niet of nauwelijks in staat de opzegging in rechte aan te vechten), in het nieuwe stelsel is de motiveringsverplichting "gaan functioneren als een effectieve rem voor de verhuurder om op te zeggen op kansloze gronden". Zie ook de A-G Asser, conclusie onder 3.17 en 3.18 voor HR 3 november 1989, NJ 1990, 161 m.nt. PAS, over de veranderde functie van de verplichting tot motivering van de opzegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c, en de alinea staat in dat document op bytes 39215 tot 40106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb7868c365e5b544583c8916cae96c00b73053a7510c7988be5ad62f8946ac3c | shasum -a 256