Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7370.
"4.7. Ook als het petitum anders zou luiden en het Hof zou hebben te beoordelen of de uitgifte in erfpacht van de betreffende gronden in de bedoeling van partijen heeft gelegen zou dat voor [eiseres] niet gunstig uitvallen, nu het Hof reeds bij voormeld vonnis van 25 juni 1993 heeft vastgesteld dat eind 1990 overeenstemming tussen partijen heeft bestaan omtrent (de grootte van) het oppervlak van het door [eiseres] aan AGE toegezegde en te vestigen erfpachtsrecht. Nu na ambtshalve onderzoek is gebleken dat tegen dat vonnis geen cassatie is ingesteld, is zulks derhalve tussen partijen bindend. [eiseres] heeft in deze procedure niets aangevoerd dat tot een andere conclusie dient te leiden. [Eiseres] beroept zich er weliswaar op dat AGE de betreffende percelen slechts voorwaardelijk heeft verkregen. Zij ziet daarbij echter over het hoofd dat in de uiteindelijke notariële erfpachtsakte, anders dan in het concept, geen voorwaarde is opgenomen, zodat haar daarop geen beroep meer toekomt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b4df01913b2e238720b05b73e880f3a89a23b2383d50d92a35defe07a31f11e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b4df01913b2e238720b05b73e880f3a89a23b2383d50d92a35defe07a31f11e, en de alinea staat in dat document op bytes 12421 tot 13431.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6b4df01913b2e238720b05b73e880f3a89a23b2383d50d92a35defe07a31f11e | shasum -a 256