Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7619.

6. Ons Wetboek van Strafvordering kent de mogelijkheid dat verdachten, getuigen, deskundigen, tolken en benadeelde partijen op de terechtzitting worden gehoord. Sommigen moeten zich aan het ondervragingsrecht onderwerpen (verdachten, getuigen, deskundigen); sommigen moeten bovendien beëdigd worden (getuigen, deskundigen, tolken). Voor de specifieke categorieën slachtoffers of vertegenwoordigers/nabestaanden van slachtoffers bevat het Wetboek geen bevoegdheden om deze - anders dan als getuige dan wel als benadeelde partij - te ondervragen resp. te horen. Betekent dit dat aan slachtoffers tijdens de terechtzitting niet het woord mag worden gegeven? Naar verluidt (zie het initiatief-wetsontwerp van het kamerlid Dittrich, TK 2001-2002, 27 632, nr 5, MvT n.a.v. het advies van de Raad van State, § 5, Praktijk) komt het in de praktijk geregeld voor dat de rechter aan personen op de publieke tribune het woord geeft, die in de betreffende zaak slachtoffer van het misdrijf zijn geworden, of door dat misdrijf nabestaande van het slachtoffer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d, en de alinea staat in dat document op bytes 7273 tot 8335.