Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7619.

Niet fout was het achterwege blijven van de beëdiging van GGD-ambtenaren die te hulp waren geroepen omdat een getuige was flauw gevallen bij het voorlezen van haar bij de politie afgelegde verklaring, en die door de rechter waren gehoord over de vraag of er medische bezwaren waren tegen de voortzetting van het verhoor van de getuige. De Hoge Raad oordeelde dat de gestelde vraag en het gegeven antwoord geen betrekking hadden op enig onderwerp waaromtrent ingevolge art. 350 Sv naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting zou dienen te worden beraadslaagd (HR 18 oktober 1983, NJ 1984, 259).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7bd6b2d425e3ed06f60279687637a42f904db7ccb0445cc28d4d170e321415d, en de alinea staat in dat document op bytes 11098 tot 11715.